Marianne Vos heeft grens nog lang niet bereikt

Foto: Dick Soepenberg
Topwielrenster Marianne Vos bewees vorige week zondag met winst in Giro Donne een ware alleskunner te zijn • “Dit is zo onwerkelijk!” • Brabantse wil meer aandacht voor vrouwenwielrennen.
Op de weg en baan was ze al vaak superieur, maar nu ze ook zware bergbeklimmingen aankan, is Marianne Vos uitgegroeid tot een ware alleskunner. Niemand kan haar volgen, ondanks dat heeft de 24-jarige wielrenster nog zat doelen. “Het bereiken van mijn grens is misschien wel de allergrootste uitdaging”, lacht Vos. Metro sprak haar pal na haar imposante eindzege in de Giro Donne, de vrouwelijke ronde van Italië en de allergrootste koers in het vrouwencircuit.
Je hebt ons allemaal verrast. We wisten niet dat je in dit soort zware etappes ook de beste was…
Ik ben ook verbaasd dat ik op het hoogste podium stond. Omdat ik voorheen in het hooggebergte tekort kwam, heb ik daar het afgelopen jaar veel in geïnvesteerd. Mijn lijf kan inmiddels meer fysieke arbeid aan en heeft minder rust nodig dan op mijn 20e. Maar dat ik alle concurrenten in Italië achter me zou laten? Vooraf was ik al tevreden geweest met een plek bij de eerste drie.
En nu ben je de eerste Nederlandse die de Giro Donne wint…
Ja, voor de geschiedenisboeken is dat mooi. Voor mij is het ook echt heel bijzonder. Als klein meisje droomde ik er al van om een grote ronde te winnen. En de werkelijkheid stelt me niet teleur. Het was fantastisch om na tien dagen koersen vorige week zondag een champagnedouche te krijgen en gehuldigd te worden voor een vol feestend plein. De roze trui is heilig in Italië en als winnares word je ook echt op een voetstuk geplaatst. Maar echt beseffen dat ik zo’n grote ronde heb gewonnen? Nee, dat doe ik nog niet helemaal. Het is ook allemaal zo onwerkelijk!
Is het niet gek dat iedereen in Nederland het over Robert Gesink en Johnny Hoogerland heeft, terwijl jij op basis van jouw prestaties de echte held(in) bent?
Daar houd ik me niet zo mee bezig. Wel vind ik het jammer dat er zo weinig aandacht voor het vrouwenwielrennen is. Op de Nederlandse televisie was de Giro Donne amper te volgen, terwijl het juist enorm zou helpen als men zou zien hoe mooi de koers is en hoe fel er wordt gestreden. Wanneer mensen die de sport willen volgen dat niet eens kunnen, is het al helemaal lastig om vrouwenwielrennen voor een groter publiek aantrekkelijk te maken.
Denk je dat daar op de korte termijn verandering in kan komen?
Dat is moeilijk te zeggen. Ik hoop dat mijn prestaties een positieve rol spelen. Verder zou het goed zijn als er weer meer grote ronden terugkeren in het vrouwencircuit. Zo is het bijvoorbeeld doodzonde dat Le Tour Féminin, de Ronde van Frankrijk voor vrouwen, niet meer bestaat. Juist in zo’n grote ronde kunnen wij ons onderscheiden en de sport op de kaart zetten. Met de Giro Donne is dat bijvoorbeeld in Italië goed gelukt. De RAI zond elke etappe een uur lang live uit.
Je bent dit seizoen al dertig keer als eerste over de streep gekomen. Is het nog wel leuk om te rijden als je zo weinig tegenstand krijgt?
Haha, ja. Ik heb het nog elke dag ontzettend naar mijn zin. En er is echt wel veel concurrentie, hoor. Alleen heb ik in een ronde als de Giro een groot voordeel omdat ik nu zowel in de massasprint als in het hooggebergte goed uit de voeten kan. Verder zijn mijn teamgenoten en ploegleider Jeroen Blijlevens zeer belangrijk voor me. Ik heb alleen al een enorme voorsprong op mijn concurrenten dankzij de uitgestippelde tactieken en de manier waarop mijn ploeg er telkens voor zorgt dat ik zo min mogelijk energie hoef te verspillen.
Ben je niet bang dat je verslapt?
Dat is inderdaad de grootste valkuil. Als je zo vaak de beste bent, slaat de gemakzucht soms toe. Gevaarlijk, want de concurrentie weet wat het te doen staat en jagen is makkelijker dan opgejaagd worden. Ik zal er daarom ook alles aan doen om verslapping te voorkomen. Er valt de komende tijd immers nog genoeg te presteren. Zo hoop ik in september na vier tweede plaatsen eindelijk weer wereldkampioene op de weg te worden. Bovendien wil ik tijdens de Olympische Spelen vlammen bij de wegwedstrijd en tijdrit. Gelukkig leer ik nog elke dag bij. Het is geweldig om te merken dat ik steeds sterker word. Voor mijn gevoel is mijn grens nog lang niet bereikt.
Dat wordt meteen weer vol aan de bak…
Nou, ik neem eerst toch echt even gas terug. Eigenlijk zou ik deze week alweer een wedstrijd rijden, maar Jeroen (Blijlevens, red.) heeft die gelukkig voor me geschrapt. De komende dagen staan in het teken van herstel. Mijn longen, neus en oren doen na de inspanningen in de Giro veel pijn. Misschien neem ik zelfs wel een korte vakantie.